Stap 1
Definieer de beslissing
Beschrijf wat de software moet detecteren, meten, lezen of classificeren. Leg ook vast welke fouten relevant zijn en welke grensgevallen met een mens worden besproken.
Praktische selectiegids
Een camera is pas passend wanneer het kleinste relevante detail zichtbaar blijft bij de vereiste snelheid, werkafstand en productvariatie. Deze gids laat zien hoe u beeldveld, resolutie, sluitertype, belichting, lens, beeldsnelheid en datainterface stap voor stap bepaalt.

Eerste architectuurkeuze
Een area-scan camera neemt per trigger een volledig rechthoekig beeld op en past meestal bij losse producten of een afgebakend inspectiegebied. Een line-scan camera bouwt het beeld lijn voor lijn op terwijl materiaal beweegt en past bij banen, platen, folie en zeer brede of lange objecten. Deze keuze bepaalt hoe u synchroniseert, belicht en de benodigde resolutie berekent.
Vergelijk productbeweging, beeldgeometrie, encodergebruik, belichting en mechanische inbouw voordat u een sensorformaat kiest.
Selectievolgorde
Leg de productieopgave eerst in meetbare invoer vast. Daarmee voorkomt u dat resolutie, interface of cameratype afzonderlijk worden gekozen terwijl de complete beeldketen de werkelijke grens bepaalt.
Stap 1
Beschrijf wat de software moet detecteren, meten, lezen of classificeren. Leg ook vast welke fouten relevant zijn en welke grensgevallen met een mens worden besproken.
Stap 2
Noteer de benodigde breedte en hoogte in millimeters, de beschikbare afstand tot het product en variatie in producthoogte of positie.
Stap 3
Gebruik het kleinste kenmerk dat de beslissing moet dragen. Spreek vervolgens door testen af hoeveel pixels over dat kenmerk nodig zijn.
Stap 4
Noteer productsnelheid, triggerfrequentie, stilstandtijd en toegestane bewegingsonscherpte. Deze gegevens bepalen sluitertype, belichtingstijd en beeldsnelheid.
Stap 5
Controleer contrast, vervorming, scherptediepte en reflecties met representatieve producten. Resolutie zonder voldoende optisch contrast levert geen betrouwbaar kenmerk.
Stap 6
Bepaal interface, kabellengte, bandbreedte, voeding, trigger-I/O, beschermingsgraad, software, receptbeheer en verantwoordelijkheid voor onderhoud.
Cameratype en verwerking
Gebruik de productbeweging en benodigde diepte-informatie als eerste grens. Bepaal daarna waar de beeldverwerking moet draaien en hoeveel integratie de machine vraagt. De detailpagina area scan versus line scan werkt de 2D-geometriekeuze verder uit.
Voor een volledig 2D-beeld per trigger. Geschikt voor aanwezigheid, positie, maatcontrole en defectinspectie binnen een afgebakend beeldveld.
Voor continu bewegend materiaal of objecten waarvan lengte en breedte een zeer groot 2D-beeld vragen. Synchronisatie met beweging is onderdeel van de beeldopbouw.
Voor opname en verwerking in één behuizing. Past bij afgebakende inspectietaken wanneer lokale configuratie, I/O en beperkte machine-integratie voldoende zijn.
Voor hoogte, diepte, vorm of volume wanneer contrast in een 2D-beeld onvoldoende informatie geeft. Meetbereik, oppervlak en vereiste onzekerheid bepalen de 3D-techniek.
Rekenmethode voor area-scan camera’s
Gebruik dezelfde eenheden in alle formules. De uitkomst is een ondergrens voor de eerste selectie. Optisch contrast, algoritme, positionering en productvariatie worden daarna met beelden getest.
Deel de afmeting van het kleinste relevante detail door het aantal pixels dat u over dat detail nodig heeft. Dat aantal is geen vaste industrienorm: bepaal het met het gekozen algoritme en representatieve samples.
Deel de breedte en hoogte van het beeldveld afzonderlijk door de toegestane millimeters per pixel. Rond naar boven af en houd ruimte voor positievariatie buiten het nominale inspectiegebied.
De afstand die het product tijdens de belichting aflegt, gedeeld door de beeldschaal, geeft de onscherpte in pixels. Flitslicht kan de effectieve belichtingstijd verkorten als de installatie daarvoor geschikt is.
Rekenvoorbeeld
Aannames voor dit voorbeeld
Berekening
De berekening selecteert nog geen cameramodel. Controleer daarnaast sensor, lens, werkafstand, beschikbare lichthoeveelheid en detailweergave in de beeldhoeken.
De camera moet de hoogste triggerfrequentie volgen en elk beeld tijdig uitlezen. Protocoloverhead, beeldmetadata, meerdere camera’s en opslag vragen extra capaciteit boven op de onbewerkte datastroom.
Complete beeldketen
De berekende resolutie is alleen bruikbaar als de lens voldoende detail en contrast overdraagt en de belichting het relevante kenmerk van de achtergrond scheidt. Controleer daarom sensorformaat, lensvatting, werkafstand, scherptediepte, vervorming, lichtrichting en benodigde belichtingstijd als één ontwerp.

Koppel beeldveld, sensorformaat, brandpuntsafstand, werkafstand en toegestane vervorming.
Kies geometrie, kleur, polarisatie en eventueel flitsbedrijf op basis van oppervlak en inspectiekenmerk.
Bereken millimeter per pixel uit het kleinste detail en het benodigde aantal pixels over dat detail.
Laat triggervertraging, belichting, uitleestijd en verwerking binnen de beschikbare cyclustijd passen.
Technische grenzen
Deze keuzes beïnvloeden opnamekwaliteit, bekabeling, PC-belasting en onderhoud. Beoordeel ze in de omstandigheden van de machine en niet alleen op basis van een datablad.
Het sluitertype bepaalt of alle beeldrijen hetzelfde moment vastleggen. Dat wordt zichtbaar zodra product of camera tijdens de opname beweegt.
Kies kleur wanneer kleurinformatie nodig is voor de beslissing of helpt om het kenmerk met gerichte verlichting te scheiden.
Selecteer de interface op datastroom, kabellengte, aantal camera’s, PC-aansluitingen en servicemethode.
Meer pixels kunnen een grotere sensor of kleinere pixels betekenen. Beide veranderen de eisen aan lens, licht en mechanische inbouw.
Verwerkingsarchitectuur
Een smartcamera verwerkt lokaal. Een industriële camera met PC biedt meer ruimte voor meerdere camera’s, uitgebreide logica, gegevensopslag en maatwerkinterfaces. Klassieke beeldverwerking past bij kenmerken die met vaste regels zijn te beschrijven; AI wordt relevant bij variatie die niet praktisch in zulke regels is te vangen.
Bekijk de beslissingen voor vision-architectuurGebruik de berekening voor een eerste selectie. Test daarna representatieve goede, slechte en grensgevallen met camera, lens en belichting. Sedeco kan meerdere combinaties vergelijken en levert een componentadvies met de technische aandachtspunten voor implementatie.
Acceptatietest
Test de complete opstelling met representatieve goede, slechte en grensgevallen. Gebruik de werkelijke productafstand, snelheid, afscherming, omgevingslicht en triggerbron.
Spreek per criterium een meetbare grens en testomvang af. Een algemene cameraresolutie of demonstratiebeeld is geen acceptatiecriterium voor het productieproces.
Het kleinste relevante kenmerk blijft in het volledige toegestane beeldveld en bij alle goedgekeurde productvarianten herkenbaar.
Hoogte- en positievariatie blijven binnen de afgesproken scherptediepte; lensvervorming past binnen de meet- of lokalisatietolerantie.
Onscherpte blijft onder de afgesproken pixelgrens en de camera verwerkt de hoogste triggerfrequentie zonder gemiste of verwisselde beelden.
Contrast blijft bruikbaar bij afgesproken variatie in oppervlak, vervuiling, omgevingslicht en levensduur van de lichtbron.
Trigger, resultaat, foutstatus en productkoppeling werken met PLC of PC, inclusief het afgesproken gedrag bij time-out of verbroken verbinding.
Na herstart of receptwissel worden de juiste instellingen geladen. Operators en onderhoud kunnen de vastgelegde storingen herkennen en afhandelen.
Acceptatietest
Test de complete opstelling met representatieve goede, slechte en grensgevallen. Gebruik de werkelijke productafstand, snelheid, afscherming, omgevingslicht en triggerbron.
Spreek per criterium een meetbare grens en testomvang af. Een algemene cameraresolutie of demonstratiebeeld is geen acceptatiecriterium voor het productieproces.
Het kleinste relevante kenmerk blijft in het volledige toegestane beeldveld en bij alle goedgekeurde productvarianten herkenbaar.
Hoogte- en positievariatie blijven binnen de afgesproken scherptediepte; lensvervorming past binnen de meet- of lokalisatietolerantie.
Onscherpte blijft onder de afgesproken pixelgrens en de camera verwerkt de hoogste triggerfrequentie zonder gemiste of verwisselde beelden.
Contrast blijft bruikbaar bij afgesproken variatie in oppervlak, vervuiling, omgevingslicht en levensduur van de lichtbron.
Trigger, resultaat, foutstatus en productkoppeling werken met PLC of PC, inclusief het afgesproken gedrag bij time-out of verbroken verbinding.
Na herstart of receptwissel worden de juiste instellingen geladen. Operators en onderhoud kunnen vastgelegde storingen herkennen en afhandelen.
Invoer voor de businesscase
De camera is maar een deel van de investering. Neem ook optiek, belichting, PC of controller, montage, afscherming, bekabeling, software, engineering, validatie, training en onderhoud mee.
Eenvoudig rekenmodel
Jaarlijkse proceskosten = handmatige uren + kosten van fouten en afkeur + stilstand + onderhoud. Vergelijk het huidige proces en de geteste camera-opstelling met dezelfde volumes, tarieven en acceptatiegrenzen.
Na de cameraspecificatie
Een andere lens, lichtrichting of belichtingstijd kan het bruikbare beeld sterker veranderen dan extra megapixels. Leg de camera daarom pas vast nadat detail, contrast, scherptediepte en beweging samen zijn getest.
Naar de gids voor optiek en belichtingBegrippen en camerafamilies
Gebruik deze artikelen wanneer u de werking en grenzen van een specifieke camerafamilie wilt begrijpen. Keer daarna terug naar de berekening en testmethode op deze pagina om modellen te vergelijken.