De eigenschappen hieronder zijn richtinggevend. Optiek, basisafstand, golflengte, belichting, algoritme en uitvoering verschillen per camera. Test daarom altijd met representatieve onderdelen.
01 · Triangulatie zonder projector
Passieve stereo
Twee of meer camera's zoeken overeenkomstige beeldpunten vanuit verschillende gezichtspunten. Het verschil in beeldpositie levert via triangulatie de diepte.
Past vaak bij: scènes met voldoende natuurlijke textuur en toepassingen waarin geen patroon op het object mag worden geprojecteerd.
Let op: egale oppervlakken, herhalende patronen, weinig licht en gedeeltelijke afdekking kunnen de correspondentie moeilijk maken.
02 · Stereo met extra textuur
Actieve stereo
Een projector voegt een herkenbaar, vaak willekeurig patroon toe. De camera's blijven diepte uit het verschil tussen hun gezichtspunten berekenen; het patroon helpt om overeenkomstige punten te vinden.
Past vaak bij: objecten met weinig eigen textuur en volledige 3D-opnamen binnen een afgebakend werkgebied.
Let op: fel omgevingslicht, glans en meerdere projectoren kunnen het toegevoegde patroon verstoren.
03 · Bekend patroon vervormen
Structured light
Een projector werpt een bekend patroon op het object. Eén of meer camera's meten de vervorming van dat patroon en leiden daaruit de geometrie af. Sommige systemen gebruiken één opname, andere een reeks patronen.
Past vaak bij: gedetailleerde vormmeting op stilstaande of beheerst bewegende objecten.
Let op: beweging tijdens een patroonreeks, direct zonlicht en sterk reflecterende of transparante oppervlakken kunnen gaten of fouten veroorzaken.
04 · Looptijd van licht
Time of flight
De sensor zendt gemoduleerd licht uit en bepaalt per pixel de afstand uit het tijd- of faseverschil van de terugkerende straling. Daardoor ontstaat in één keer een dieptebeeld van het meetveld.
Past vaak bij: grotere meetvolumes, snelle volledige dieptebeelden en positionering waarbij zeer fijn oppervlaktedetail niet de hoofdvraag is.
Let op: meervoudige reflecties, randen, sterk omgevingslicht en lage reflectie kunnen de afstandsmeting beïnvloeden.
05 · Lijnprofiel door triangulatie
Lasertriangulatie en 3D-profielmeting
Een laser projecteert een lijn op het oppervlak. Een camera bekijkt de verplaatsing van die lijn onder een bekende hoek en berekent zo één hoogteprofiel. Door het onderdeel of de sensor gecontroleerd te verplaatsen, worden opeenvolgende profielen tot een 3D-oppervlak opgebouwd.
Past vaak bij: inspectie op een transportband, hoogte- en profielmeting en toepassingen waarin een gecontroleerde beweging beschikbaar is.
Let op: snelheid, encoderinformatie en bewegingsstabiliteit bepalen de schaal in de bewegingsrichting. Het is geen directe volledige opname van een stilstaande scène.